Drie mensen moesten met een helicopter van de berg worden gehaald

Tanzania 2004

Safari
License to kill
Baobabs in Tarangire
Elephants in Tarangire
Lunch overlooking Serengeti
Moviestar in safari suit
Before the hyena came in
Crossing the Grumeti river
Crocodile on the river bank I
Crocodile on the river bank II
International lunch
The amazing Deo
Bad luck
The Ngorongoro campsite
Fever trees in the crater
Lions under the car I
Lions under the car II
A bunch of nuns
Lunch with an interruption
Birds
Wildebeests on the walk
More wildebeests
Looking to a black rhino
The Irish bride

Masai
A lonesome warrior
The women arrive
Women before their cabin
Woman with baby
Child with many flies
Girl in her mother's cabin
Warrior
Warriors with spears
Dancing warriors
Jumping
Circumsized boys
Painted face circumsized boy

Kilimanjaro
Machame gate
Frank and Thomas
Tree fern in rainforest
First view of Kilimanjaro
The heather area
Dr. Jekill
Sunset above Mount Meru
Frank in front of Baranco
Soup of the day
Frank's birthday
Climb to Lava Rock Tower
Lava Rock Tower
Giant Lobelias
Climb to Barafo
Barafo camp
Mawenzi
Vanishing glaciers
At the top!
He made it all the way!
Congratulations
Porters on the way back
Frank's first beer
And mine
Your certificate
Cheers

Meer dan veertig jaar geleden begon onze vriendschap op de officiersopleiding van de Koninklijke Luchtmacht in de Trip van Zoudtlandtkazerne in Breda. Frank woont inmiddels al jaren in het Zuid-Afrikaanse Paternoster, maar dat heeft de vriendschap nooit in de weg gestaan. Hij moest en zou op zijn zestigste verjaardag nog eens een echte prestatie neerzetten: hij wilde die dag op de top van de Klimanjaro op de grens van Kenia en Tanzania staan, de hoogste berg van Afrika (5.985 meter; dat is ruim 1.000 meter hoger dan de Mont Blanc). Een aantal Zuid-Afrikaanse vrienden zou met hem meegaan. Of ik ook zin had…

 


    Het moment dat hij het vroeg, was tactisch goed gepland. We hadden in het gezelschap van onze wederhelften een fiks aantal glazen verrukkelijke Kaapse wijnen op. Ik had ooit een reportage gelezen in een tijdschrift over iemand die op een mountain bike naar de top van deze hoogste berg van Afrika was gefietst en mij was bijgebleven dat de tocht fascinerend mooi en niet zo moeilijk was. Dus ik zei stoer 'ja', ondanks mijn wrakke rechter knie en mijn totale gebrek aan conditie. Hoe meer ik erover ging lezen, hoe meer de schrik me om het hart sloeg. Het was allesbehalve een peulenschilletje. Ik las gruwelijke verhalen over dodelijke ongevallen, hoogteziekte en kou. De sluimerende vulkaan ligt weliswaar bijna op de evenaar, maar op de top kan het 's nachts
15 tot 20 graden vriezen - en het laatste deel van de klim doe je uitgerekend in de nacht, zodat je met zonsopgang op de top staat.

    Frank wilde de moeilijkste route doen. Die was het mooist, mailde hij. Misschien dat daarom zijn vrienden één voor één afhaakten en ik als enige metgezel overbleef. Een man, een man, een woord, een woord. Maar hoe moest ik tegen die vulkaan opkomen na slechts enkele trainingswandelingen door de duinen bij Zandvoort? Bij hem in de buurt staan massa's bergen! Maar we sloten uiteindelijk een compromis. Niet de moeilijkste, niet de makkelijkste, maar de Umbwe-route zouden we nemen, een soort van gulden lijdensweg. En ik eiste dat we eerst een tocht zouden maken naar Tarangire National Park, de Serengeti en de Ngorongo-krater om te acclimatiseren, te wennen aan de hoogte en wat beesten te zien. Zo kon het tenminste voor mij ook nog een beetje leuk worden!

    Dus vlogen we eind september 2004 naar Arusha; Frank vanuit Kaapstad en ik vanuit Amsterdam. Via de links rechts kom je bij de foto's van dit avontuur. Je klikt op de eerste link in de eerste rij en kunt vervolgens van de ene naar de andere doorklikken. Het eerste deel van de tocht, een safari camping tour (we sliepen net als veertig jaar geleden weer samen in één tent) en een trip diep in Masaï land, verkeerden we in gezelschap van twee kersverse echtparen uit respectievelijk Australië en Ierland. Vandaar de Engelse bijschriften.

    Het tweede deel deden we samen, met twee gidsen en zes dragers! In totaal hebben we zes dagen gedaan over de tocht. Het was zwaar, heel zwaar, maar ongelooflijk mooi. We hadden geluk met het weer, geen regen van betekenis en dat scheelt heel veel ongemak. Het landschap verandert ingrijpend naarmate je hoger komt. Van een tropisch regenwoud bij de start tot een gletsjer-biotoop boven de 5.000 meter (nog wel: de sneeuw- en ijskap op de top neemt ijzingwekkend snel in omvang af door de opwarming van de aarde). Schitterende landschappen en uiterst merkwaardige en alleen op die plaats in de wereld voorkomende planten, zoals reuzenlobelia's die meer op bomen dan op planten lijken.

 

    

    Het klimmen op zich is niet lastig. Het gaat redelijk gelijkmatig omhoog in wandeltempo. Er zijn nauwelijks echt lastige klauter-partijen, hoewel er één is die iemand met hoogtevrees, zoals ik, het angstzweet bezorgt. Hoogteziekte, moeite met slapen en zuurstof-gebrek maken het pas echt lastig. Tijdens onze tocht moesten drie mensen per helikopter van de berg worden gehaald! Anderen moesten terug met hoofdpijnen, zware misselijkheid en adem-halingsproblemen. Met Frank en mij ging alles goed, al moesten we vaak rust nemen door gebrek aan zuurstof. De meeste tijd gaat op aan het wennen aan de hoogte. Je klimt en gaat dan weer een stukje omlaag. Dragers rennen voor je uit met al je bagage op hun rug, vaak op blote voeten en schamele kleren.

    Het laatste gedeelte is het allerzwaarst. Je vertrekt 's nachts om twaalf uur. De reden hiervoor is simpel: de weg naar de top bestaat uit fijn grint en gruis dat 's nachts bevriest en te belopen is. Je doet twee stappen en moet dan tien keer in en uit ademen. Aanvankelijk was er nog niets aan de hand, we klommen voetje voor voetje in het donker met lampjes op ons hoofd, tot het mis ging met mijn handen… Ik had - stom, stom - er niet aan gedacht dat mijn wintersporthandschoenen een maatje te klein waren. Ook nadat ik mijn dunne binnenhandschoenen had uitgedaan, dreigden mijn rechtervingers bij -15 graden te bevriezen. Ik had het thuisfront beloofd helemaal heel terug te komen, dus zat er niets anders op dan op 5.500 meter om te keren. Frank wilde mee - ware solidariteit van een echte vriend. Maar ik stond er op dat hij door zou gaan. En zo stond de 60-jarige held in de nacht van 30 september op 1 oktober op de Uhuru-piek, het hoogste punt van de Kilimanjaro!

 

Ik had - stom, stom, stom - vergeten dat ik te kleine buitenhandschoenen had!